Bewustwordingsmomentjes                Intuïtie, creativiteit en inzichten                            
 

Inzichten

Op deze pagina kun je de stukjes vinden die ik wekelijks schrijf.
Wil je op de hoogte worden gehouden als er een nieuwe geplaatst wordt?
Stuur me een mailtje en ik zet je op de mailing lijst.
Wil je van de lijst af, dan kun je me ook gewoon een mailtje sturen.
www.bewustwordingsmomentjes@on.nl

Inhoud:

30 mei: Ik heb helemaal niks gedaan.
23 mei: Ik ben niet de eerste.
16 mei: de zoveelste poging.
9 mei: Oordeel jij nog?

2 mei: Klopt die informatie wel?
25 april: We zijn allen een.
18 april: Wat zullen de mensen er van denken?
11 april: Cognitieve dissonantie.
4 april: Denk je dat onze schepper iets verkeerd gedaan zal hebben?
28 maart: Opruimen.


1  januari 2024:   In het nu 


30 mei:
Ik heb helemaal niks gedaan.
Soms heb je van die dagen dat je ‘niks’ doet.
Nou ja, niks.
Dat denk je dan, want eigenlijk doe je altijd wel wat.
Zit je buiten in een tuinstoel te genieten van het mooie weer, en zie je,
of kijk je naar de bloemen, bomen, de lucht, vogels, insecten.
Je hoort of luistert naar het ruisen van de bomen, het zingen en kwetteren van vogels, het zoemen van insecten, de geluiden verderop van verkeer, een muziekje in de verte,
een vliegtuig die overvliegt, geroezemoes van de mensen in de buurt.
Je voelt de warmte van de zon, het briesje dat soms langskomt.
Je ruikt de bloemen en de koffie die naast je staat.
Je drinkt en proeft een slok van de koffie. Dus eigenlijk ben je van alles aan het doen.
Je gebruikt je zintuigen en bent aanwezig in het nu.
Nee, je bent misschien niet productief, maar dat is ook goed.
Door ‘niks’ te doen, kom je soms tot inzichten, goede ideeën of oplossingen.
Als je pen en papier bij de hand hebt kun je aantekeningen maken,
zodat je niet alles hoeft te onthouden en het niet meteen hoeft uit te voeren.
Je deed tenslotte ‘niks’ vandaag.
Je bent constant in gedachten, die moeilijk uit te schakelen zijn.
Tenminste, mij lukt het niet zomaar.
Soms droom je weg in gedachten, of begint te mijmeren, en bedenk je
dat de wereld toch wel heel mooi is. Als je maar in je centrum blijft.
Als je alles buiten jezelf zoekt, zie je ook veel negatieve dingen.
Met welk deel van de wereld verbind je je?
Ik heb ook veel negatieve dingen gelezen, die er in de wereld gebeuren en gebeurd zijn,
en ik denk dat informatie verzamelen niet verkeerd is. Dan kun je er ook naar handelen.
Als je maar weet welke informatie juist is.
En het is goed om het grotere plaatje te zien
Veel informatie is er om de mensen in angst te houden, en dus in een lagere trilling.
Angst veroorzaakt hebzucht, jalousie, zorgen, een houding van, ikke eerst.
Wees daar op bedacht.
Als we in een hogere trilling zijn, en dus, ons gelukkig voelen,
dan hebben we toch helemaal geen zin in al die negatieve emoties, en verdeeldheid.
En als er geen verdeeldheid meer is, maar in plaats daarvan eenheid,
dan zul je zien hoe de wereld verandert. Het lijkt simpel, maar dat is het ook.
Begin klein, in je eigen wereld, in je centrum.
Dan gaat de wereld om je heen ook ten goede veranderen.
En die wereld om je heen breidt zich uit.
Het licht heeft al 'gewonnen'.
De rottigheid die je nu nog ziet, zijn de laatste stuiptrekkingen van het duister,
die op aarde alle controle wil hebben, over de mensen die nog overblijven,
na alle vergiftigingen die ze in de wereld gebracht hebben.
We gaan weer terug naar hoe de natuur het bedoeld heeft.
Er komen 600 patenten vrij van uitvindingen ten goede van het geheel.
Vrije energie komt weer terug.
Er wordt weer gekweekt met goede zaden in plaats van de genetisch gemanipuleerde,
die ons ziek maken. Er wordt weer biologisch verbouwd.
We genezen door middel van frequenties en natuurlijke middelen.
We krijgen contact met vredelievende buitenaardsen, die steeds vaker te zien zijn.
Als je hier over na gaat denken, en er blij van wordt, ben je al mee aan het creëren.
Dan gaat het allemaal wat sneller. Dan kun je op het eind van de dag zeggen:
“Tjonge jonge, wat heb ik het druk gehad,
ik heb helemaal niks gedaan.”
#

23 mei:
Ik ben niet de eerste
Moet dat dan? Nee, helemaal niet.
Het leven is geen wedstrijd. Het gaat om het ervaren.
Maar als iemand nou wil ervaren om de eerste te zijn?
Dan is het wat anders.
Dan doet ie zijn uiterste best om dat te bereiken; oefenen, trainen, studeren,
wat er ook allemaal voor nodig is, om zover te komen om de eerste te worden.
En als ie dat dan wordt, is zijn of haar doel bereikt.
Weer een ervaring rijker.
Het kan voor die persoon heel belangrijk zijn. Het geeft een boost aan zijn of haar eigenwaarde. En zo kan het ook andersom gaan.
Mensen die niet de eerste worden kunnen zich aangetast voelen in hun eigenwaarde,
en kunnen er zelfs een eigenwaardeconflict door krijgen.
Ik denk dat dat afhangt van hoe belangrijk jij het vindt om de eerste te zijn, of te winnen.
Dit gaat ook op bij spelletjes.
Van kinds af aan, wordt je eigenlijk al aangeleerd dat winnen belangrijk is.
Maar ís dat wel zo?
Sommige kinderen kunnen helemaal niet tegen hun verlies, en niet alleen kinderen.
Ik denk dat het ook te maken heeft met wat de beloning is voor de winnaar.
Als wij vroeger ganzenbord deden, lagen er bij de finish van die gepofte rijst snoepjes.
Ken je ze nog? Die pastelkleurige kleine snoepjes. Manna werden ze ook genoemd.
Nou kregen we allemaal wel van die snoepjes, maar de winnaar had er dan meer.
Op die manier wordt het dan belangrijk gemaakt om te winnen.
Wat denk je van bingo? Daar gaat het alleen maar om het winnen van de prijzen.
Daar komt niet eens prestatie bij kijken maar louter geluk.
Mensen die een leuke prijs aan hun neus voorbij zien gaan, worden er chagrijnig van.
En wat denk je van sporten?
Het is een heel verschil of je het doet voor je conditie, lenigheid, of gewoon voor je plezier,
of dat je het doet om te winnen.
De prijzen in de wacht slepen.
Of je sport op professionele basis, voor je inkomen.
Zie je, het wordt steeds belangrijker.
Kijk eens wat er bij een voetbalwedstrijd allemaal mee gemoeid is. Daar gaan miljoenen in om.
Wat daar allemaal omheen wordt georganiseerd.
En zie wat voor emoties daar vrij komen als er een doelpunt gemaakt wordt, of gemist.
Dan kun je niet zeggen: “Het is maar een spelletje.”
Het creëert allemaal loosh. Als je niet weet wat dat is, dan zoek het maar op.
En wat denk je van de tour de France?
Die wielrenners fietsen zo’n 3500 kilometer, in drie weken tijd de benen onder de kont uit.
Uur na uur, dag na dag. Wat een prestatie.
(Ik vind vijf kilometer op mijn elektrische fiets al genoeg)
En degene die dan wint, wint dan omdat ie al die kilometers in vijf minuten minder heeft afgelegd dan de rest. Is die tweede dan niet nét zo goed? En die derde, en de rest van de wielrenners.
Ik vind van wel, maar nét dat beetje verschil maakt iemand tot winnaar.
Voor veel mensen gaat het daardoor juist om het winnen, maar dat kan er maar één zijn.
De rest zijn ‘verliezers’.
Maar ben je een verliezer omdat je niet wint?
Nee, dan kun je zeggen: “Ik ben niet de eerste, maar dat hoeft ook niet.”
Dat is ook beter voor je eigenwaarde.
Je hebt meegedaan en...
Het gaat tenslotte om de ervaring.
#

16 mei:
De zoveelste poging.
Hoeveel pogingen moet je wagen, voordat iets lukt?
Soms lukt het meteen, misschien is het een toevalstreffer,
en soms blijf je proberen tot je een ons weegt.
Waar heb ik het over?
Dat kan van alles zijn. Je blijft heel je leven leren.
Dat begint al bij leren schrijven. Daar hebben we allemaal toch wel een tijd over gedaan, hè? Hoewel ik nooit netjes kon schrijven, heb ik een zogenaamd doktershandschrift ontwikkelt.
(Dit zeg ik alleen maar om het goed te praten voor mezelf.)
Toen ik in de derde klas van de lagere school zat, stuurde de juf me naar de eerste klas,
om daar mijn slordige handschrift te laten zien.
Eigenlijk best een vernederende streek.
De juf van de eerste pakte het lief op en beloofde me een poëzieplaatje
als ik de volgende keer een zeven voor schrijven zou halen.
Nou, dat was veel te hoog gegrepen voor mij, en het poëzieplaatje kon ze houden.
Ik heb er geen trauma aan over gehouden hoor.
Ik kon nou eenmaal niet netjes schrijven en had daar zelf wel vrede mee.
Soms is het wel lastig, als ik het zelf niet kan lezen, maar meestal kom ik er wel uit.
Zo kun je van alles leren via school of cursussen, maar uit je zelf kun je ook veel leren.
Gewoon proberen.
Zelf uitvinden hoe je iets kunt maken, en soms moet je het weer afbreken om opnieuw te beginnen, om het beter te doen, maar als het dan gelukt is heb je voldoening.
Tegenwoordig ga ik een paar keer per jaar twee dagen
met mijn zus en zwager naar Preston Palace. Dat is mijn ‘vakantie’.
We gaan dan steevast een paar keer poolen.
Je weet wel; biljart met 16 ballen. Ieder heeft 7 ballen, en er is één zwarte bal,
die als laatste in het netje moet. Je doet dit via de witte bal, de zestiende.
Als de zwarte bal te vroeg in het netje gaat heeft de ander gewonnen.
Dit is écht leuk om te doen. Maar kennen we het? 
Nee, niet echt.
We hebben regelmatig een ‘toevalstreffer’, en soms ziet het er uit alsof we echte professionals zijn, maar even zo vaak doen we hele klunzige dingen, en raken we geen enkele bal,
de bal ketst af, of de bal van de tegenstander gaat in het netje, of de witte bal.
De regels lappen we aan ons laars, we spelen met drieën, dus één tegen twee,
en ja, dat is ook eerlijk, want we wisselen ook af.
En als ik dan na de zoveelste poging per ongeluk de zwarte bal in het netje zie verdwijnen,
zeg ik gewoon dat ik de ander expres laat winnen.
Dit om het voor mezelf goed te praten.
Ik ben ook maar een amateurtje. Dit hoor ik tenminste vaak als opmerking.
Kun je het uit jezelf leren?
Ik denk het wel, maar dan moet je wel heel veel oefenen,
om er uit jezelf achter te komen hoe je de bal moet raken om het juiste effect te krijgen.
En het dan ook nog zo te doen. En ook nog onthouden hoe je het gedaan hebt.
Maar het blijft leuk om te doen. We hebben er altijd veel plezier in.
En als je er plezier in hebt, maakt het niet eens uit
hoeveel pogingen je moet doen.
#


9 mei?
Oordeel jij nog?
Wie doet het niet? Oordelen. We vinden overal wel iets van.
Vinden we dat ook écht zo, of praten we anderen na?
Vaak hebben kinderen dezelfde mening als hun ouders. Tot de pubertijd dan, hè.
Ik denk dat dat is om niet buiten de boot te vallen. Zelfs op het droge.
Mensen willen graag ergens bij horen.
Dat voelt veiliger, en vaak nemen ze meningen van anderen over.
Denk zelf maar eens of iets écht jouw mening is, of eigenlijk toch niet.
Mijn moeder kon zich heel goed aanpassen, en als je iets ergens van vond,
en je kon het onderbouwen, dan vond zij dat meestal ook wel zo.
Maar als mijn zus er dan heel anders over dacht, was ze het daar weer mee eens.
En als wij er dan allebei waren, en het ging daar over, dan wist ze het even niet meer.
Ik denk dat ze niet écht nadacht, over hoe zij het zelf vond.
Is dat dan een oordeel van mij?
Natuurlijk kun je van mening veranderen.
Je krijgt weer andere informatie, en dan kun je ergens heel anders over denken.
Ben je dan wispelturig? Ik denk van niet.
Ik denk dat als je altijd bij dezelfde mening blijft, dat dat ook wel eens star kan zijn. Omstandigheden veranderen, situaties veranderen, regels veranderen, mensen veranderen,
en daardoor kan je mening ook veranderen. Het is tenslotte een reactie op de omstandigheden.
Ik zag eens een Loesje, waarop stond: Het was een arme man, hij had maar één mening.
Maar oordelen is iets anders.
Oordelen is of jij wel zal bepalen of iets of iemand goed of slecht is.
Je hebt mensen die er zijn beroep van hebben gemaakt.
Het begint al op de lagere school.
Je maakt je sommen, en de juf beoordeeld of je het goed of slecht hebt gedaan.
En zo gaat het je hele schooltijd en opleiding door.
Je wordt constant beoordeeld.
Als je gaat werken idem dito.
Je krijgt wel eens een functioneringsgesprek.
Dan mag je zelf ook je zegje doen.
Maar bij een beoordelingsgesprek bepaalt een ander wel of je het goed of slecht doet.
En als je maar genoeg slechte beoordelingen krijgt, ga je ook nog geloven dat je niet goed bent.
Ook zijn we snel geneigd om te oordelen als iemand 'anders' is.
Oordeel jij nog?
Mensen krijgen een minderwaardigheidscomplex, of worden onzeker over hun kunnen of zijn.
Terwijl iedereen zijn of haar talenten heeft.
Misschien niet die, die ze je op school willen laten leren.
Er zijn mensen die op school niet mee kunnen, maar heel goed zijn met dieren bijvoorbeeld.
Of die heel goed kunnen tekenen en schilderen.
Maar dan niet op die manier, waarop de school wilt dat je het leert.
Of mensen die heel gemakkelijk oplossingen kunnen bedenken, op hun eigen manier.
Is dat dan niet waardevol?
Ik vind van wel.
Dus je kunt best ergens iets van vinden,
maar misschien moeten we niet zo snel oordelen.
#



2 mei:
Klopt die informatie wel?
Toen we als kind naar school gingen, kregen we heel veel informatie,
die we dan uit ons hoofd moesten leren.
Het is ‘programmering’.
Maar, klopt die informatie wel?
In die tijd kon je ook informatie halen uit de encyclopedie.
Dit was een serie van dikke boeken waar ‘alles’ in stond.
Maar klopt die informatie wel?
Op tv waren informatieve programma’s, waar we ook van alles van konden opsteken.
Maar klopt die informatie wel?
Eind vorige eeuw kwam het internet. Veel mensen hadden een computer, of schaftte er een aan.
Ineens kon je veel meer opzoeken. Je typte iets in en kwam op allerlei sites terecht. Kies maar uit. Maar klopt die informatie wel?
Wat is jouw waarheid? Ze kunnen er van alles op zetten. Er zijn ook heel veel tegenstrijdigheden. Als je bij google een vraag in typt, komt bovenaan een AI antwoord.
Neem je dat meteen voor waar aan, of zoek je nog even verder
om te kijken wat ze op andere sites zeggen?
Je kunt dagelijks het nieuws kijken, maar, 
klopt die informatie wel?
Mark Twain zei ooit: Het is eenvoudiger mensen te misleiden,
dan hen te overtuigen dat ze misleid zijn.
Soms lees of hoor je iets, en iets in je onderbuik zegt je dat het niet klopt. Kijk dan vooral verder.
Soms lees je iets dat je liever niet had gelezen. Het strookt niet met jouw wereld.
Dan voel je je daar ook niet lekker bij.
Maar wat heb je liever: Een comfortabele leugen, of de ongemakkelijke waarheid?
Veel mensen kiezen nog voor het eerste, maar daar kom je niet verder mee.
Als je er achter komt dat heel veel van wat je geleerd hebt, en wat je van veel mensen hebt aangenomen helemaal niet klopt, ben je dan bereid om je gedachten om te gooien,
en ook eens naar die andere info te kijken?
Of gooi je je kont tegen de krib en wil je het niet weten?
Je kunt dit in eerste instantie doen, omdat het té moeilijk is om het te kunnen aanvaarden,
maar je gaat steeds vaker dingen tegen komen die niet stroken met jouw werkelijkheid,
en dat is ook lastig. Een bekende uitspraak van Johan Cruyff is: 
“Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”
En ik denk wel dat dat zo is.
Vaak moeten mensen het ook vanuit drie verschillende bronnen horen, voordat ‘het kwartje valt’. Dus, vertelt iemand je iets, waar je helemaal niks mee kunt, omdat jij er heel anders over denkt (vanwege jouw programmering), luister dan toch eens, en zeg niet meteen dat het niet kan.
Bekijk die kant ook eens. Je zult het vast nog twee keer vaker gaan horen,
en dan valt ook bij jouw ‘het kwartje’.
En als je eenmaal wat kwartjes hebt verzameld wordt je nieuwsgierig
en weet je de informatie te vinden, die voorheen voor jouw onzichtbaar leek.
#
Hier een voordracht van Karin Bloemen Kristien Bilderberg.


25 april
We zijn allen een.
We creëren onze eigen wereld. Wat wij geloven is, of wordt voor ons waarheid.
Deze informatie zie ik steeds weer opduiken, en daar denk ik dan veel over na.
Dat betekent, dat als je al die propaganda op tv ziet, en je gelooft het allemaal,
dat je het zelf mee gaat creëren. Zo krijgen ze altijd gelijk.
Denk daar maar eens over na.
Niet om iemand ergens de schuld van te geven, maar om te kijken hoe het werkt.
“Als ik bij het spoor kom, gaat ie altijd nét voor mijn neus dicht,” hoorde ik eens iemand zeggen.
En ja, hij kreeg gelijk. Het gebeurde iedere keer.
Het zal een paar keer gebeurd zijn, maar daarna is het een overtuiging geworden,
en sindsdien creëert hij het.
Dit gaat onbewust, maar als je er bewust van wordt, kun je het ook veranderen.
Hij vind ook altijd een parkeerplaats, hoe druk het ook is. Ook dit creëert hij.
Het meeste creëren we onbewust, maar als we er bewust van worden,
kunnen we het ook bewust toepassen.
Er zullen mensen zijn die dit niet willen aannemen en denken dat alles hen ‘overkomt’,
en dat is ook veel gemakkelijker om te denken, want dan is het niet je eigen verantwoording. Maar wie zegt dat ‘bewust worden’ gemakkelijk is?
Dat is het niet, het blijft eindeloos doorgaan.
Je kunt het ook niet uit een boekje leren en er dan een diploma bij krijgen.
Nee, je moet het ervaren, en herkennen, en als je denkt dat je het wel weet,
sta je waarschijnlijk nog maar aan het begin.
Want als je al wat verder bent, besef je dat er nog zo veel meer is.
Zo hebben wij mensen een Goddelijke vonk in ons.
God, of de bron, scheidde zich af in miljarden deeltjes om te kunnen ervaren.
Die Goddelijke vonken hebben zielen gekregen en die kunnen alles!
Die ziel zoekt waar die geboren wil worden en manifesteert dat.
De mens denkt met zijn ego dat ie kinderen maakt, maar de vonk orkestreert het
helemaal, van het begin tot de geboorte.
Het gaat door de sluier van vergetelheid, en weet niet meer dat het een ziel is.
Dan krijgt de baby een naam, nummer en hielprik.
Na een tijdje ontdekt het kindje afzondering van de rest. Het krijgt een ego, een ‘ik’.
De mens identificeert zich met zijn geslacht, ras, kleur, beroep, burgerlijke staat, kunde, enzovoort. We denken dat we dát zijn, maar dat is onze rol die we op aarde spelen.
We hebben een rol aangenomen, en een jasje aangetrokken dat ons lichaam is,
om van alles te kunnen ervaren. En daarbij gebruiken we onze zintuigen:
We horen muziek, we zien alles om ons heen, we ruiken bloemen, we proeven eten,
we voelen warmte, kou, genot of pijn.
Maar wat we in essentie zijn, moeten we ons nog gaan herinneren.
Die Godsvonk, dat kleine deeltje van God, of de bron, dat deeltje van het grote geheel.
We zijn allen een. Zoals iedere golf in de oceaan niet apart is, maar de oceaan zelf.
Als je dat gaat beseffen, en niet alleen beseft met je verstand, maar voelt,
dan kun je de wereld heel anders zien.
Als je beseft dat je niet de stemmen in je hoofd bent, maar de waarnemer van die stemmen.
Als je als het ware van het toneel afstapt, en in de zaal gaat zitten,
om naar jezelf te kijken die een rol speelt.
Je kunt het lezen en begrijpen, maar het voelen of ervaren is een ander verhaal.
Ik heb het één keer mee mogen maken. Ik werd ’s nachts wakker en toen gebeurde het:
Alsof er een tipje van de sluier werd opgelicht,
en dat er een hele diepe herinnering eventjes boven kwam.
Ik was niet meer ik,
maar een met alles.
( de oceaan)
Wauw!
#


18 april:
Wat zullen de mensen er van denken?
Heel veel mensen doen dingen zoals ‘het hoort’.
Zoals je het geleerd hebt, zo zal het wel goed zijn.
Maar ís dat wel zo? Mag je niet veranderen? Mag je zelf niet nadenken?
Misschien kom je er achter dat het ook anders kan.
Sommige mensen vinden het zo belangrijk, dat alles volgens de norm is,
dat ze er niet van afwijken.
Neem nou bijvoorbeeld het idee van huisvrouwen van vroeger,
dat iedere vier weken de ramen gewassen moesten worden.
Of het nou nodig was of niet, het moest zo, en daar hielden ze zich aan.
’s Maandags moest de was worden gedaan.
Kon dat niet op een andere dag? Ik denk het wel, maar het hoorde zo, dus deden ze dat.
De kleding moest netjes, schoon en heel zijn. Een steekje los was schande.
Er waren gezinnen die iedere zondag naar de kerk gingen.
Waren die mensen zo gelovig, of deden ze dat ook maar omdat het zo hoorde?
En zo zijn er tal van gewoontes ontstaan, want: ‘wat zullen de mensen er van denken?’
En zo liep iedereen in het gareel.
Tegenwoordig is dat toch wel anders. Kapotte kleding is mode. Zo wordt het zelfs verkocht.
Laatst was ik met mijn zus in een kledingwinkel. Alle jeans die daar hing had scheuren en rafels. Ik kon het niet nalaten om nét iets te luid tegen mijn zus te zeggen:
“O, ik wist niet dat dit een kringloop was, dat ze dit nog verkopen.”
“Kunnen we beter naar de kringloop in Nuenen gaan,
daar verkopen ze alleen kleding die nog heel is.”
Ik weet nog, dat mijn vader pas was overleden.
Mijn moeder had het er heel moeilijk mee.
Ze liet haar verdriet niet zien aan ons, en wij automatisch ook niet aan haar.
Dat is niet goed, dan verdring je het alleen maar.
Een vriend-collega van mijn vader kwam regelmatig op visite. (Dit had hij mijn vader beloofd)
Vaak op zondag kwam hij en zei: “stap maar in”.
We stapten dat in zijn auto en gingen ergens heen. Dat was iedere keer een verrassing.
Het waren hele leuke uitstapjes, waarbij we onderweg ook ergens gingen eten.
Zo gingen we wel eens naar Valkenburg en naar het geuldal, naar Spa.
Een keer naar Duitsland, naar Munchen Gladbach. Hij wist altijd leuke plekken om heen te gaan.  Bij ons in de buurt werd er al gauw over gepraat,
en de overbuurvrouw zat tussen de bloempotten door het raam te blieken.
Mijn moeder, die een nieuwe toiletpot wilde, had er ‘per ongeluk’ een hamer in laten vallen,
dus kwam er een nieuwe toiletpot.
De oude zette ze in de voortuin, deed er zand en plantjes in.
Het idee er achter was: “Ik heb overal schijt aan.” Wij vonden dat wel een goeie.
Ja, de tijden veranderen. Wat vroeger niet kon, wordt tegenwoordig wel geaccepteerd.
Soms iets té veel, denk ik wel eens.
Alles wat eerst niet normaal was, moet nou kunnen.
Is dat goed of slecht? Misschien wel allebei.
Ieder heeft zijn normen en waarden.
En als we alles doen met de beste bedoelingen,
laten we ons dan maar niet te druk maken over wat anderen er van denken.
#

11 april:
Cognitieve dissonantie
Er gebeuren veel dingen in de wereld, die het daglicht niet verdragen,
en er is nu heel veel aan het licht aan het komen.
Het nieuws met zijn censuur en propaganda, die de mensen een wereldbeeld laat vormen
die helemaal niet klopt Als je eenmaal denkt dat dát de waarheid is,
omdat je het zo vaak gehoord hebt,
dan is het moeilijk om het tegenovergestelde aan te nemen.
Mensen kunnen dat soms niet vatten.
‘Cognitieve dissonantie’ wordt dat ook wel genoemd.
Maar langzaamaan sijpelt er op tv het een en ander door.
Mensen zijn verontwaardigd. Hoe kan dat toch? Waarom gebeurt dat?
Je zou verwachten dat ze het beste met het volk voor hebben, maar het tegendeel is waar.
Als je goed oplet, wordt het van tevoren wel verteld,
maar bij de meeste mensen komt dit niet binnen.
Als je meerdere dingen weet, ga je die uitspraken pas opmerken.
Dan zie je het anders.
Voorbeeld: Tijdens de 'coronaplandemie' zei Jaap van Dissel:
“Er moeten minstens 20.000 mensen een mondkapje dragen om (en dan zeg ik het voorzichtig) één besmetting te voorkomen. Met andere woorden:
“Het heeft geen enkele zin.”
Daarna werd het dragen van mondkapjes verplicht, maar de medische waren verboden.
Hoe dan?
En toch deden mensen het.
Er waren artsen die het gebruik wilden afraden, omdat het slecht voor je gezondheid zou zijn, maar ze durfden het niet. Wie tegen het narratief in ging, was zijn baan niet meer zeker.
Zo ook met het voorschrijven van ivermectine. Huisartsen die dit deden werden vervolgd.
Er mocht geen werkend medicijn zijn.
Nee, ze moesten en zouden die prik er door (in) duwen.
Zo zei Rutte dat als we er niet aan mee deden, het zou stoppen.
Dit heeft hij één keer gezegd. Ik heb het zelf gehoord.
Ze moeten het een keer gezegd hebben, want dan vinden ze
dat ze toestemming van het volk hebben. Denk daar maar eens over na,
en luister in het vervolg eens met deze informatie in je achterhoofd.
Zo hoorde ik over een dierenarts met pensioen, dat hij tegen een vrouw met een zieke kat zei,
dat ze dát specifieke medicijn moest vragen.
Als ze dat niet deed, zou ze een medicijn krijgen dat niet werkt.
Ze zou dan een week later weer naar de dierenarts gaan om het volgende medicijn te krijgen,
dat ook niet werkt, en bij de derde keer zou ze het desbetreffende medicijn krijgen.
“Dat zijn de protocollen van tegenwoordig” zei hij.
Dat heb je bij die overkoepelende organisaties.
Die hebben richtlijnen om heel veel geld binnen te snaaien,
over de rug van het dier en de mens bij het dier, die het moet betalen.
“Kun je dan niemand meer vertrouwen?” zou je denken.
Niet zomaar, nee.
Ik denk dat je ook niet zo snel de verantwoording bij een ander moet leggen.
“De dokter zal het wel weten, want die heeft er voor geleerd”, hoor je vaak zeggen.
Maar wát heeft die dokter geleerd? En van wie?
En is dat een zelfstandige huisarts, of krijgt hij ook protocollen van de overkoepelende organisatie? Ik hoop dat jij een betrouwbare huisarts hebt.
Ik zeg altijd: “Volg je gevoel, en niet je angst.”
En denk zelf ook mee.
Slik niet alles voor zoete koek.
#


4 april:
Denk je dat onze schepper iets verkeerd zal hebben gedaan?
Je hoeft niet in complotten te geloven om te zien dat het er niet beter op wordt in ons landje.
Dat dit al lang van tevoren bedacht is, konden de meeste van ons eerst niet geloven,
maar nou wordt het zichtbaar.
Overal worden oplossingen aangereikt voor de problemen,
en voor de zogenaamde problemen waar we nu mee zitten.
Er wordt echter niet naar geluisterd.
Het is niet de bedoeling dat er oplossingen komen.
Voordat de farmaceutische industrie de overhand nam, en alle natuurlijke remedies
werden verbannen, waren er maar weinig mensen die ziek waren.
Tegenwoordig met al die chemische middelen ken je nog maar weinig mensen die niets mankeren. Ze zitten continue aan de ‘medicijnen’ die hen beter moeten maken, maar die het tegendeel doen. Het begint met ‘preventief’ iets innemen, om te voorkomen dat je ziek gaat worden.
Denk je dat onze schepper iets verkeerd zal hebben gedaan, zodat dit nodig is?
Ik niet.
Ik geloof nog in een zelfhelend vermogen, maar dan moet je niet eerst de zaak verzieken
met chemie. Want de bijwerkingen zorgen ervoor dat je meer pillen moet slikken,
en zo gaat het maar door. Ik noem dat dan, dat je een abonnement hebt.
En ja, er zijn mensen die blij zijn met de pillen, die hen het leven draagbaar maken.
Dus het is niet alleen maar kommer en kwel.
Hoewel de remedies vroeger uit de natuur gehaald werden.
Bij natuurlijke middelen mag ook geen vermelding meer staan waar het voor dient.
De mensen hebben er baat bij maar: “Geen wetenschappelijk bewijs”, zeggen ze dan.
Maar dat is alleen maar omdat ze het niet onderzoeken.
Geen geld spenderen aan iets waar je niet aan kunt verdienen.
De natuur kun je immers niet patenteren.
Daarom moet je het van oudere mensen horen, die het weer van hun ouders en grootouders gehoord hebben. Ook zijn er nog oude boeken waarin hele waardevolle informatie staat.
Als je nog zo’n boek hebt, koester hem dan, en wees er zuinig op,
want het gaat weer van pas komen.
Natuurlijk wordt je niet alleen ziek van medicijnen.
Ook van de voeding van tegenwoordig.
Daar zitten nog maar weinig voedingstoffen in, tenminste, in het fabrieksvoedsel.
Neem je leesbrilletje mee als je de supermarkt in gaat, en kijk op de achterkant van verpakkingen. Dan zie je hoeveel vreemde stoffen ze toevoegen om het ‘aantrekkelijk’ te maken.
Vooral nou tegen Pasen. Dan zijn er allerlei leuke dingen om de paastafel feestelijk te doen lijken. Neem nou een paasstolletje.
Als je daar de ingrediëntenlijst van leest, wordt je al onpasselijk.
En dan staan bij de allergie informatie de normale dingen zoals: Eieren, Melk, Noten, Glutenbevattende Granen, Lactose, Roggegluten, Amandel, Tarwegluten,
Sesamzaad, Soja, Hazelnoot, Macadamianoot en Paranoot.
Ja, er zijn mensen die daar allergisch voor zijn, maar eigenlijk zouden ze daar al die zoetstoffen en chemische zoetstoffen ook bij moeten zetten en die smaakversterkers en al die bewerkte stoffen en verkeerde vetten. Díe maken je ziek.
Niet meteen hoor. Dus denk nou niet:
“O jee, ik heb zo’n ding gegeten, wat gaat er nou gebeuren?”
Maar het is wel belangrijk dat je weet wat je allemaal naar binnen werkt.
De verleiding is groot, ook als je al die reclames ziet.
Hoe meer flauwekul, hoe kleuriger het eten, hoe duurder de producten,
hoe gezelliger het paasfeest.
Voor mij niet.
Ik maak zelf wel wat lekkere dingen, dan weet ik wat er in zit,
is het vers, en ik voeg geen rare stoffen toe, en dat vind ik veel lekkerder.
Fijne paasdagen!
#


28 maart:
Opruimen
Als je al een tijdje op deze aardbol rondloopt, heb je inmiddels van alles verzameld.
Dingen die je nodig hebt, maar ook dingen die je gewoon leuk vindt.
En van die dingen heb je meestal veel te veel.
Als je jong bent, vind je het heel leuk om cadeautjes te krijgen.
Het is altijd spannend wat het zal zijn.
Je verheugt je op het pakje wat die ander voor je gekocht, of gemaakt heeft,
en er een leuk papiertje om heeft gedaan, zodat jij het uit mag pakken.
Wat een verrassing.
Vaak kreeg je iets dat je goed kon gebruiken, of iets leuks om ergens neer te zetten,
of een sieraadje. Het kon van alles zijn.
Als je ouder wordt, heb je in die jaren nogal wat verzameld.
Het huis staat vol, en als je dan nog steeds dingen krijgt om neer te zetten,
kan het een probleem worden. Er zullen dingen moeten verdwijnen. Wat doe je dan weg?
Dit heb je van die gekregen, en dat van weer die ander.
Je kunt het ook op een plekje zetten, in een kast of zo, en dan af en toe omruilen.
Maar wat als je kasten vol zitten? En dan zul je toch een keer moeten ‘opruimen’
Er zijn mensen die als ze nieuwe kleren kopen, kijken wat ze voor oude kleren
dan weer weg kunnen doen, en zo blijft de hoeveelheid hetzelfde.
Met leuke dingetjes doe je dat niet zo gauw, tenminste, ik niet.
Je kunt ook kijken of je er iemand anders blij mee kunt maken.
Maar wat jij zo leuk vond, en waar je ook wel aan gehecht was,
is voor een ander misschien maar rommel. En dat voelt dan ook niet goed.
En toch moet je wel eens afstand doen van spullen, om ruimte te scheppen,
zodat je alles een beetje kunt ordenen. En waar begin je dan?
Zo heb je ook mensen die op latere leeftijd verhuizen en kleiner gaan wonen,
en dat er ineens allemaal spullen overbodig zijn, die niet mee kunnen naar de nieuwe woning.
Wat heb je nog nodig, en wat is belangrijk voor je?
Dan moet hals over kop een heleboel weg gedaan worden.
Bijvoorbeeld: een te grote eethoek waar vroeger lang voor gespaard is,
en waar je veel herinneringen aan hebt.
Waar je samen met je partner aan hebt gegeten, gekaart, gesprekken hebt gevoerd,
koffie hebt gedronken. Het wordt opgehaald door de kringloop, en weg is het.
Mij lijkt dat best moeilijk. Aan veel spullen zitten herinneringen, en die moet je dan loslaten. Sommige mensen hebben er geen moeite mee en kopen gewoon andere kleinere meubels,
en zijn daar dan blij mee. Zo kan het ook.
Misschien dat het ook uitmaakt of je móet verhuizen, of dat je er zelf voor kiest.
Dan sta je er toch anders in. De ene kan gemakkelijk ‘opruimen’ en gooit gauw spullen in de kliko, de ander maakt er graag iemand blij mee, en weer een ander zet het op marktplaats,
om er zo nog iets voor terug te krijgen dat ie dan weer kan gebruiken voor wat anders.
En dan heb je mensen die er geen afstand van kunnen nemen en met de boel blijven zitten.
En ook heb je nog mensen die zo veel verzamelen, en alles bewaren,
van kranten tot lege boterkuipjes, dat ze zelf niet meer in huis kunnen leven.
Doordat het zo vol staat kan er niet meer schoongemaakt worden, en de hele boel vervuilt.
Daar heb je wel eens programma’s over.
Dan komt er zo’n poetsploeg met heel veel vuilniszakken,
die dan de boel komen opruimen en schoonmaken.
Nou, zullen we het zover niet laten komen,
en op tijd opruimen.
#





1 januari 2024
Een mooie dag om deze website online te zetten.
In het NU leven:
Het nieuwe jaar is weer begonnen.
het oude achter je laten en het nieuwe omarmen.
Gaat dat lukken? we zullen het gaan zien.
Herinneringen blijven toch in je gedachten komen en ook denk je aan morgen.
In het NU leven is nog niet zo eenvoudig.
Je moet toch je boodschappen halen en soms moet je afspraken maken.
Maar een afspraak maken kun je ook in het NU doen, en boodschappen kun je ook in het NU halen.
Ja, eigenlijk valt het wel mee om in het NU te leven. Je moet er gewoon NU met je aandacht bij zijn en beseffen dat het altijd NU is.
MAAR...
af en toe moet je toch tijd besteden om je verleden te verwerken. Je gedachten zijn dan terug in de tijd en soms kan je uren zitten malen.
Ook dat hoort erbij. Je hersenen kraken en je krijgt er het bijbehorende gevoel bij.
Op dat moment "leef" je in het verleden. Je moet het een "plekkie" geven.
Soms moet je dingen als het ware "herbeleven" en dat kan zwaar zijn.
Je moet het gevoel "doorleven" niet wegduwen maar er gewoon laten zijn.
Iedere keer als je zo'n periode achter de rug hebt kom je weer in het NU en ben je toch weer een stukje verder in het verwerken en kun je er anders tegenaan kijken.
Langzaamaan en stukje bij beetje wordt het voor je gevoel minder heftig, al blijven de feiten hetzelfde. Je bent dan zelf veranderd. Je kan er beter mee omgaan.
Je kijkt er anders tegenaan.  Je bent dan sterker geworden.
Ik denk dat dit zo vaak gebeurt totdat alles verwerkt is.
Dan wordt het een herinnering zonder pijn.
#