Inzichten
Op deze pagina kun je de stukjes vinden die ik wekelijks schrijf.
Wil je op de hoogte worden gehouden als er een nieuwe geplaatst wordt?
Stuur me een mailtje en ik zet je op de mailing lijst.
Wil je van de lijst af, dan kun je me ook gewoon een mailtje sturen.
www.bewustwordingsmomentjes@on.nl
Inhoud:
10 januari: De wereld staat een beetje stil.
3 januari: Als het leven je te zwaar wordt.
27 december: Dus dat was een goeie keus
20 december: Kerstgedichtje
13 december: Tegenwoordig is het zo gemakkelijk.
6 december: Vertrouwen.
29 november: Letterlijk of figuurlijk.
22 november: Hoe weet je wie je bent?
15 november: Zo heb ik me toch vaker gevoeld.
8 november: Sta je er wel eens bij stil?
1 januari: In het nu
10 januari:
De wereld staat een beetje stil.
Er nadert een donkere lucht.
Opeens dwarrelen witte vlokjes omlaag,
om beneden aangekomen
te verdwijnen in een plas.
Na een tijdje geven ze zich niet meer gewonnen
en klampen zich aan elkaar vast,
om samen zó groot te worden,
om als dikke vlokken te blijven liggen.
Langzaamaan vormt er zich een dikke laag,
en bedekt de aarde met een wit tapijt,
om sprookjesachtig te verlichten
wat eerst nog donker was.
Geluiden worden nu gedempt,
het kraakt onder je voeten.
Warm gekleed is het best fijn
om er doorheen te baggeren.
De wereld staat een beetje stil
er wordt van alles afgezegd.
Alsof zo’n dag ertussen wordt geplakt
om even bij stil te staan.
Kinderen komen weer naar buiten
met sleeën en met pret.
Om te ontdekken wat je allemaal kunt doen
in die nieuwe witte wereld.
Sneeuwballen gooien,
sleeën, slibberen, weer allemaal samen.
Een sneeuwpop maken in de kou,
die je handen rood laat gloeien.
Voldaan gaan ze naar binnen,
voor een kop warme soep,
na te genieten van de magie van de sneeuw,
die morgen weer verdwenen is.
Blijft er dan nog iets van over
van die bijzondere witte dag?
Wat dacht je van een mooie herinnering
"Weet je nog, vroeger?"
#
3 januari:
Als het leven je te zwaar wordt
Ik heb het al zo vaak gezien.
Mensen worden oud, en meestal komen er mankementen.
Het hoeft niet, maar we zijn zo ‘geprogrammeerd’.
We zijn het normaal gaan vinden, en verwachten zelfs, dat als we ouder worden,
dat alles moeilijker zal gaan.
“Ouderdom komt met gebreken”, is een uitdrukking die je maar al te vaak hoort.
En nou kun je je afvragen, dat, wanneer je die gebreken niet verwacht, ze ook niet komen.
Of toch wel? Het is moeilijk om die overtuiging te ‘her programmeren’.
Zeker als iedereen er in blijft geloven.
Enfin, veel mensen krijgen ongemak, worden stram, en alles wordt moeilijker.
Zo ook met een vriend.
Na twee herseninfarcten veranderde er veel.
Het auto rijden was niet meer verantwoord, dus moest de auto eruit.
Het lopen ging moeizaam, dus kwam er een rollator. De was werd door een buurvrouw gedaan.
Er kwam poetshulp, en fysio aan huis.
Boodschappen halen werd langzaamaan steeds vermoeiender,
dus ging ik de ene keer mee en de andere keer een andere vriend, totdat dat ook te veel werd.
Toen haalden we voor hem de boodschappen. Het koken lukte hem niet meer.
Af en toe bracht ik een bakkie vers gemaakte soep of een stamppotje.
Een keer in de week kookte een buurvrouw, voor hem en voor een andere buurvrouw.
Er werd er een maaltijdservice geregeld, en hoefde hij de maaltijd alleen maar op te warmen.
Zijn wandelingetjes werden steeds korter en minder vaak, en uiteindelijk ging hij verhuizen. Buurtgenoten hielpen met de verhuizing,
en waar hij terecht kwam kon hij beneden in het restaurant eten.
Maar voor de rest veranderde er niet veel voor hem.
Soms ging het helemaal niet goed en belandde hij in het ziekenhuis.
Als ie daar weer van thuis kwam, was alles hem te veel en ging een vriend iedere dag
naar hem toe, voor gezelschap, om voor zijn eten te zorgen, en hem daarna naar bed te helpen. Dan hoefde hij niet op de zorg te wachten.
Dit kun je niet blijven doen, dus ging hij naar een verpleeghuis waar hij volledig verzorgd werd.
En na weer een keer te zijn gevallen en alles pijn deed, hoefde het voor hem niet meer.
Ik zocht hem op, samen met mijn zus, en zag dat hij flink was vermagerd.
Hij had al lange tijd slikproblemen en moest altijd hoesten tijdens het eten en drinken.
Het eten smaakte hem niet meer, dus at hij nog maar weinig. Hij zei: “Ik kan niet meer.”
Als het leven je te zwaar wordt, en je nergens meer plezier in kunt hebben,
dan hoeft het allemaal niet meer. Ik belde hem nog een keer op en hij zei dat hij wilde sterven.
Na een kort gesprekje hing hij plotseling op. Het werd hem te veel.
Ik heb hem ook niet meer kunnen bereiken. Ik dacht nog dat het aan de telefoon lag,
maar die stond vanaf die tijd uit.
Had ie maar even gezegd dat ie moe was en ging ophangen,
dat zou heel anders over zijn gekomen, maar ja…
Vanuit het verpleeghuis, ging hij naar het hospice.
Hij at niet meer, om zo sneller te kunnen sterven, en zo geschiedde.
Het einde kwam als een verlossing.
In gedachten heb ik hem een goede reis gewenst,
en Ik hoop dat Beauty, zijn hond, hem kwam ophalen.
Het afscheid was informeel, zonder toespraak.
Dat hoefde voor hem niet, al die poespas.
Misschien geeft hij nog eens een teken.
Dat hebben we ooit afgesproken.
Wie weet…
#
Dus dat was een goeie keus
We maken in ons leven veel keuzes. Maar zijn het wel allemaal de juiste?
Als je al wat ouder bent, en je kijkt terug op je leven, ben je dan wel tevreden
met de keuzes die je gemaakt hebt? Zou je dezelfde opleiding hebben gevolgd?
Zou je hetzelfde werk hebben gedaan? Zou je op dezelfde plaats wonen, in hetzelfde huis?
Zou je dezelfde partner hebben gekozen?
Zou je dezelfde keuzes hebben gemaakt die je hebt gemaakt?
Je weet niks van tevoren, en je kunt plannen maken, en je een voorstelling maken
van hoe het later zou moeten worden, hoewel… dat heb ik eigenlijk niet echt gedaan.
Ik liet het allemaal maar op me af komen.
De huishoudschool was superleuk, daar heb ik geen spijt van.
Dat ging me ook goed af, en daar werd het leven leuker, minder streng, zelf dingen bepalen,
leuke vakken, leuke manier van leren, en leuke klasgenoten en leraren/leraressen.
Dus dat was een goeie keus, hoewel, het ging eigenlijk vanzelf dat ik daar terechtkwam.
Mijn zus werkte in een winkel, dus ging ik daar ook werken.
Niet over nagedacht, gewoon ook doen. En dat was ook leuk.
Toen leerde ik Peter kennen en ja, dat was em gewoon, dat weet je dan,
zonder te weten hoe je het weet.
Daar heb ik ook geen spijt van gehad, hoewel we wel veel moeilijke tijden hebben gekend.
Ik zie nu die moeilijke perioden als uitdagingen, karma, levenslessen, en de mooie momenten, maken de moeilijke momenten draagbaar. “Zo zal het overal wel gaan,” denk ik dan.
Ik heb 30 jaar gepoetst in Peppelrode, een bejaardentehuis.
En toen ik er weg ging, was het nóg niet schoon.
Hoewel ik dacht dat poetsen een rot baantje zou zijn, ging ik er toch maar heen
om te kijken of het wat was. Ik was via een uitzendbureau daarheen gestuurd.
Toen ik daar kwam bleek het heel gezellig te zijn met de collega’s en bewoners,
en ik kreeg het daar goed naar mijn zin. Dat je moest poetsen, was niet zo belangrijk meer.
Ik deed mijn uiterste best en ze waren tevreden met me, en ik met hen.
Totdat het allemaal werd veranderd en er stress bij kwam kijken.
Eigenlijk had ik toen iets anders moeten gaan doen. Maar heb ik er spijt van dat ik ben gebleven? Ja, en nee. Ik had het idee dat ik die mensen niet kon missen.
Wel ging ik minder uren maken en bij een goudsmid werken.
Dat was het leukste werk dat ik heb gedaan.
Ik leerde daar allerlei werkzaamheden en mocht met mooie sieraden werken die ik polijstte.
Het was heel afwisselend werk en gaf veel voldoening.
Ook heb ik nog bij de post gewerkt. In het begin was het best leuk, leuke collega’s, teamwork, gezellig oude muziekjes en soms zong er iemand mee. Het was een goeie sfeer.
Totdat het veranderde.
Op een gegeven moment voelde je je nog een soort van robot, die snel het werk moest doen want, productie, hè. Tijd is geld. Toen had ik de beste keuze gemaakt van mijn hele leven:
Ik ging met vervroegd pensioen. Nooit spijt van gehad.
Ik zou iedereen met stress aanraden hetzelfde te doen, als het kan.
Die jaren zijn belangrijk.
Je moet niet doorgaan tot je er net als ik bij neervalt, want het opkrabbelen duurt lang.
Alle keuzes die je in je leven maakt, brengen je tot iets.
Als je dit niet had gedaan, had je dat niet meegemaakt.
Het is vaak een samenloop van omstandigheden, en ook van negatieve ervaringen leer je.
Die brengen je ook verder in het leven.
Dus heb geen spijt, als je in je leven misschien verkeerde keuzes hebt gemaakt, maar leer ervan,
en zie de positieve ontwikkelingen die daaruit zijn voortgekomen.
Alles heeft twee kanten, en soms beland je even op een zijweg,
om daarna weer op het juiste pad terecht te komen.
#
20 december:
Kerstgedichtje
Het lijkt nog maar zo kort geleden,
dat het Kerstmis is geweest.
Nou staat ie al weer voor de deur,
alsof ie niet is weggeweest.
De jaren vliegen snel voorbij,
‘t stelt eigenlijk niks meer voor.
En of je er aan meedoet of niet,
Het gaat allemaal toch wel door.
De boom wordt versierd met een lichtjessnoer,
en ballen van vorig jaar.
En tijdens die gezelligheid
komen families bij elkaar.
Er wordt gezamenlijk gegeten,
Tis meestal wel speciaal
Genieten van het samenzijn,
dat doen we allemaal.
Maak er ook dit jaar iets moois van,
In het groot of in het klein.
Steek het lichtje in je hart aan,
en laat het altijd vrede zijn.
#
13 december:
Tegenwoordig is het zo gemakkelijk.
Als je vroeger ergens voor de eerste keer heen moest, pakte je de landkaart en plande de route.
De kaart was verdeeld in vakjes en elk vakje had een letter en cijfer,
dus van links naar rechts de cijfers, en van boven naar beneden de letters. Of andersom.
Bijvoorbeeld: vakje A4, D6, B12, W40, of zo.
Op de achterkant van de kaart stonden op alfabetische volgorde de plaatsnamen
met desbetreffend vak nummer. Zo kon je de plaats vinden.
Dan keek je waar je was en bedacht de kortste route naar je bestemming.
Je schreef de wegnummers op, en de grotere plaats die verderop lag,
want die plaats kun je volgen op de borden.
Als je dan van de snelweg af moet, een andere snelweg op, dan was het belangrijk om het wegnummer te weten en de grotere plaats die kant op.
Van de snelweg af, staan de kleinere plaatsen aangegeven. Straten staan niet op de landkaart.
Die staan weer op een plattegrond die ook weer verdeeld in vakjes was,
met de straatnamen op de achterkant en het vak nummer.
Dat was wel een goed systeem om de weg te vinden. Peter reed vroeger op de vrachtwagen, en wist altijd zijn bestemming te vinden. Natuurlijk had hij niet overal een plattegrond van, en in desbetreffende plaats aangekomen moest hij wel eens de weg vragen. Dat deed hij dan meestal aan de postbode “de stempel” noemde hij die. Die wisten overal de weg.
Wat was het een vooruitgang toen in 1983 het eerste stratenboek uit kwam.
Als Peter eenmaal ergens was geweest, zat het in zijn geheugen gegrift, en daar bleef het ook.
Als zijn collega op visite was, hoorde ik ze soms praten over los adressen van twintig jaar geleden. Dan wist ie nog precies te vertellen hoe je daar moest komen.
Dan wist ie zelfs welke bedrijven er in de buurt waren, dat er een benzinepomp op de hoek was,
en dergelijke details. Daar snapte ik nou niks van.
Ik moet heel vaak ergens geweest zijn om de weg te kunnen onthouden.
Als ik in de auto reed, wees Peter altijd de weg, dus ik hoefde eigenlijk zelf niet na te denken.
Hij was mijn Tom Tom, en dat was wel gemakkelijk, maar...
Nou hij er niet meer is, moet ik zelf de weg vinden, en dat vind ik vaak best eng.
Dan voel ik me heel onzeker, en dat is niet fijn.
Ik heb wel een Tom Tom, maar ik wil zelf weten waar ik ben en hoe ik ergens moet komen.
Stel dat dat ding het niet meer doet. Wat dan?
Dus wat doe ik? Ik kijk van tevoren op de pc hoe ik moet rijden en schrijf het op een briefje;
die afslag eraf, derde rotonde rechtsaf, tweede rotonde links, eerste weg links, tweede straat rechts, voorbij de benzinepomp links en dan meteen rechts. Zo ongeveer doe ik dat dan.
Ik zet er ook wel straatnamen bij om te controleren of ik goed zit.
Mijn Tom Tom heb ik wel bij, voor als er een omleiding zou zijn, want dan weet ik het niet meer.
En het klinkt misschien gek, maar de terugweg schrijf ik ook op een briefje.
Hoe doe jij dat? Ik zal toch niet de enige zijn die dat doet?
Of toch wel?
Tegenwoordig is het zo gemakkelijk. Je stelt je navigatie in en het wijst je de weg.
Vertelt je ook nog of er file is, en past je route aan. Eigenlijk hoef je zelf niet meer te denken.
En juist dát voelt nu niet goed voor me. Het maakt je afhankelijk.
Zoals ik dat vroeger had, toen Peter de weg wees als ik reed. Dat was wel gemakkelijk, maar daarom heb ik het zelf niet geleerd, en nou heb ik er moeite mee en voel me vaak verloren.
Dus door zelf de weg uit te zoeken, hoop ik dat ik er wat vertrouwder mee word
en dat het beter zal gaan.
Het scheelt ook nog of ik alleen in de auto zit, of dat er iemand mee rijdt.
Dus denk daar eens over na, als je altijd je navigatie gebruikt.
Het is wel gemakkelijk, maar je hoeft zelf niet meer te denken,
en volgens mij is dat niet goed voor je geheugen en je oriëntatie.
Als dan het systeem eens uit valt, ben je 'in the middle of nowhere'.
Ik heb pas zitten bedenken om eens weg te gaan, zomaar ergens heen, over de snelweg.
Dan van de snelweg af door onbekende plaatsen naar een onbekende bestemming een uur verder, en dan zelf de weg weer terug te vinden.
Misschien ben ik er dan doorheen.
Ik zorg dan wel dat ik met een volle tank vertrek.
#
6 december:
Vertrouwen.
Zekerheid hebben is vaak wel comfortabel.
Zo schreef ik mijn verhaaltjes vaak al in het begin van de week,
om ze op vrijdagavond op de website te zetten, na te kijken en eventueel wat aan te passen.
Op die manier kon ik ze op zaterdagochtend publiceren en de mail met link
naar iedereen toesturen die op de lijst staat. Dit gaf een goed gevoel.
Soms had ik al een extra verhaaltje op voorraad.
De laatste keer was ik er best laat mee en toen kreeg ik de gedachte van:
“Als ik maar iets op tijd kan bedenken,”
want het is wel mijn streven om het op zaterdagochtend voor 10:00 uur te versturen.
Een lichtelijk stressgevoel overmeesterde me, maar het lukte me op tijd.
Toen bedacht ik om er de volgende keer vroeger mee te beginnen,
en meteen kwam duidelijk in mijn gedachte: “Vertrouwen!”
Ja, ik begrijp het. Ik moet vertrouwen hebben dat er iets komt.
Even uit mijn comfortzone, en gewoon last minute iets schrijven.
De volgende keer zou ik dat doen.
Ik vertelde dit tegen mijn zus en ze zei:
“Dat is dan een mooi onderwerp voor het volgende verhaaltje.”
Dus ik had de titel al in mijn achterhoofd, maar ben er pas op vrijdag tegen de avond
aan begonnen, om te ervaren dat je niet altijd op zeker moet spelen.
Zo had ik jaren geleden een cursus ‘communiceren met dieren’ gevolgd.
Als voorbereiding op het communiceren moest je een meditatietrap van 10 treden af,
om je innerlijke zintuigen te leren gebruiken.
Bijvoorbeeld: op de tiende trede zie je een grote tien van hooibalen.
Je ziet het hooi, je voelt aan het hooi en hoort dat het knispert, je ruikt het hooi.
Dan ga je een trede lager en ziet een grote negen. Die negen is van slagroomtaart.
Je ziet een mooi versierde taart, ruikt het, neemt een stukje in je hand en voelt het,
neemt een hapje en proeft het.
Dan ga je weer een trede lager en ziet een grote acht van roestig ijzerdraad.
Weer gebruik je een aantal zintuigen om het te ervaren, en zo ga je de trap af.
Toen ik thuis ging oefenen vroeg ik Peter om het langzaam voor te lezen,
zodat ik met mijn ogen dicht mezelf goed kon concentreren om die trap af te gaan,
en mijn innerlijke zintuigen te openen. In het begin wil je het heel precies doen.
Na een aantal keren deed ik het zelf in mijn gedachten.
Op een dag wilde ik weer gaan communiceren met een dier, toen ik mijn ogen sloot,
een paar keer diep adem haalde en mezelf boven aan die trap zag staan.
Ineens zie ik mijn vader, (die aan de andere kant van de sluier is) die tegen me zei:
“Dat hoeft niet meer, je kunt zo die trap af.”
Wauw!
Er flitste door mijn gedachten; ”Ik kan het altijd proberen, lukt het niet,
dan kan ik het nog op de andere manier doen”, en ik gleed van de trapleuning naar beneden. Doordat ik vertrouwen had en het deed, kwam ik er achter dat ik die stap niet meer nodig had, want onderaan de trap ging ik verder met hoe ik het geleerd had, en het lukte.
Na een tijdje had ik al die stappen niet meer nodig,
en kon ik door naar een foto van het dier te kijken al contact maken.
Sommige mensen krijgen heel veel dingen door van de dieren waarmee ze communiceren.
Ik soms maar weinig, maar wel vaak de dingen waar je iets mee kunt.
Door destijds veel te hebben geoefend met de dieren van medecursisten
bouwde ik meer vertrouwen op, maar het blijft best vaag vind ik.
Ook durf je niet altijd op te schrijven wat je doorkrijgt,
omdat je hoofd zegt dat het niet zou kloppen. “Toch doen", denk ik dan.
Je kunt hooguit voor schut staan en er langs zitten. Nou èn.
Een keer had ik een gesprek met twee katjes die van huis waren weggelopen.
Ik maakte contact en zag ze op een omgeploegd veld met modder met tractorsporen,
en een boerderij er naast. Dit schreef ik op en het verslagje ging naar de persoon
die de katjes kwijt was. Later dacht ik: “waar wonen die mensen eigenlijk”, en zocht de straat op. Midden in de stad. “Voor schut!” dacht ik. Er is in de verre omtrek geen boerderij te bekennen.
“Ik zal er wel flink langs zitten.”
Een aantal weken later was er een katje terecht.
Hij werd herkend door de chip die hij had. Weet je waar?
In Gilze Rijen.
Dus soms moet je gewoon vertrouwen op wat je doorkrijgt
en je niet te veel door je gedachten laten afleiden,
want dat is alleen maar een blokkade.
#
29 november:
Letterlijk of figuurlijk
Hoe pak jij de dingen op, letterlijk of figuurlijk?
Ik weet niet of alle kinderen het zo doen, maar toen ik klein was pakte ik alles letterlijk op.
Zo als het gezegd werd, zo zag ik het voor me. Dat gaf wel verwarringen.
Ik weet nog, ik was een jaar of 8 misschien, toen ik lusteloos in een stoel in de tuin zat.
Mijn moeder kwam naar me toe en greep me naar de keel (wel zachtjes hoor) en zei:
“Ik zie het al, je hebt de BOF."
Ik begon me meteen te verheugen, want Sinterklaas en mijn verjaardag kende ik wel.
Maar de ‘Bof’, dat zou ook wel iets leuks betekenen. Je boft tenslotte niet voor niks.
Ik werd een illusie armer, want er kwamen geen cadeautjes.
Soms wordt je iets verteld en als je raar staat te kijken zeggen ze:
“Je moet het ook niet letterlijk opnemen.”
Bijvoorbeeld: “het wordt van de daken geschreeuwd.”
Nou, denk maar niet dat er iemand op het dak staat te schreeuwen.
Ja, Peter Koelewijn zong er over, maar dat is dan ook de enige.
Maar het is dan; ‘bij wijze van spreken’.
Waarom zeggen ze niet gewoon hoe het is, maar nee, het moet overdreven worden.
“Die persoon kan bergen verzetten.” Nou, écht niet hoor.
En wat denk je van: “We zullen de kat uit de boom kijken?”
Dan kun je lang wachten, want die zit er niet eens, die ligt thuis lekker in zijn mandje.
Inmiddels weet ik wel beter, maar de dingen die figuurlijk bedoeld zijn letterlijk op te pakken
is soms ook wel leuk om opmerkingen over te maken.
Of de dingen cryptisch benaderen, geeft ook vaak te denken. Die snap je niet altijd meteen.
Iemand in mijn familie doet dat ook vaak, en soms duurt het even voordat je het door hebt, voordat het kwartje valt, al zijn er niet eens kwartjes meer. Je ziet, ik doe het zelf ook.
Meestal als ik een verhaaltje schrijf rolt het zo uit mijn mouw, maar deze keer niet.
Ik heb nog even in mijn andere trui gekeken, maar ook daar rolt niets uit.
In mijn vest dan? Nee, ook daar niet.
Hoewel er toch steeds iets in mijn gedachten komt wat ik erbij kan zetten
om toch tot een geheel te komen. Je kunt ook spreekwoorden veranderen , zoals;
“wie een kuil graaft voor een ander wordt moe.”
Of, “beter één vogel in de hand, dan de lucht van tien.”
Hier heb je ook nog een schunnige versie van, maar die noem ik hier niet.
Men kan geen ijzer met handen breken, maar wel buigen. (zelf bedacht)
En deze dan: “Wie het laatst lacht, is langzaam van begrip.
En: “Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag door een ander kunt laten doen.”
Nou, dat was ie wel weer.
Je zult er vast nog wel wat kennen.
Dus, neem niet alles té letterlijk.
Soms wordt er heel iets anders bedoeld.
#
22 november:
Hoe weet je wie je bent?
Je wordt geboren en krijgt een naam.
Ben je dan jouw naam?
Als er al kinderen in het gezin waren toen je werd geboren, ben je het broertje of zusje van…
Is dat wie je bent? Je ouders noemen je; hun kind, zoon of dochter. Is dat dan wat je bent?
De schooltijd komt er aan. Ben je dan leerling, of student?
Je krijgt een baan. Dan kun je van alles zijn; verkoopster, advocaat, timmerman, dokter, pizzabakker, piloot, magazijnbediende, postbode of wat al niet meer, maar bèn je dat dan?
Je trouwt en wordt automatisch echtgenoot of echtgenote van, maar is dat dan wat je bent?
Als je kinderen krijgt wordt je vader of moeder, maar ben je dat dan?
Je kunt zo veel zijn, maar hoe weet je wie je bent?
Ben je je naam? Je geslacht? Je beroep? Je burgerlijke stand? Nee toch?
Maar wat of wie ben je dan wél?
Wat een vragen hè? Als je daar over na gaat denken, weet je verdomt weinig over je zelf.
En wie ben jij dan eigenlijk, als ik niet eens weet wie ik zelf ben?
En wat of wie was je in vorige levens? Misschien heel iemand anders.
Maar dat weet je waarschijnlijk niet eens meer.
Sommige mensen kunnen het zich wél herinneren, of er komen ineens dingen naar boven
die uit vorige levens komen. Dat kun je als fantasie bestempelen,
maar degene die het meemaken weten dat het écht is.
Soms kan het voor opheldering zorgen bij problemen in dit leven,
die anders niet opgelost kunnen worden. Dan is het fijn als je verder kunt kijken dan deze realiteit. Dat gebeurt met regressie therapie ook.
Er kunnen ook dingen gebeurt zijn in de familielijn die nooit opgelost zijn,
of die geen bestaansrecht kregen, die zorgen voor negatieve patronen bij het nageslacht,
waar geen oplossing voor gevonden word. Dingen kunnen generaties lang doorwerken.
Met zulke problemen kun je niet bij een dokter aankomen.
Die hebben daar niet voor geleerd en zouden je wegsturen met een pilletje
waar je hooguit suf van wordt. Nee, voor deze problemen zijn andere wegen.
Als er in jouw familie generaties lang problemen met hetzelfde thema voorkomen,
en je voelt dat jij degene bent die er iets aan moet doen,
dan kun je door middel van regressie het probleem oplossen.
Dit schijnt ook door te werken voor heel de familielijn.
Bijzonder, hè.
Maarten Oversier is hier heel goed in, en heeft het boek “bestaansrecht” geschreven.
Een aanrader.
Ook kun je podcasts van hem vinden op youtube waarin hij uitlegt hoe dat gaat.
Wie weet, leer je jezelf beter kennen en ga je ontdekken wie je bent.
#
15 november:
Zo heb ik me toch vaker gevoeld.
In sommige situaties kun je je behoorlijk alleen voelen.
Je staat er alleen voor. Niemand om je heen om je ervaring te delen.
Je wordt op jezelf terug geworpen. Zoek het zelf maar uit.
Je voelt je onzeker. Nou komt het er op aan: Ben je zelfstandig genoeg?
Kun je er mee omgaan, en hoe doe je dat dan?
Er gaat van alles door je hoofd. Je maakt van een mug een olifant en je begint in paniek te raken. Je bedenkt allerlei doemscenario’s en je voelt je energie zakken.
Wat voorheen nog de 5de dimensie leek, is weer terug naar de 3de met alle negativiteit van dien. Is het een beproeving? Misschien wel.
Waar herken ik dit van? Zo heb ik me toch vaker gevoeld.
Lang geleden. Een fobie. Een hele moeilijke tijd waarin alles ‘spannend’ was.
Waar het veel moed kostte om maar boodschappen te doen, of iemand te bellen.
Een tijd waarin ik het liefst als een bang muisje in een hoekje zou wegkruipen.
Een tijd waar ik doorheen ben gekomen en er sterker uit kwam dat dat ik van tevoren was.
En dan ineens dit weer.
Gelukkig herkende ik het en weet ik hoe zo iets kan ontstaan.
Als je iets angstigs meemaakt kan het zijn dat je aura (het energieveld om je heen)
onderbrekingen krijgt. "Gaten in je aura" noemen ze dat.
Daardoor kunnen energieën binnen komen die dezelfde frequentie hebben, dus angst in dit geval. Dit zorgt ervoor dat je angst nog meer aangewakkerd wordt,
en zo ga je als een neerwaartse spiraal omlaag.
Dit kost je energie en je wordt er moe van.
Wat doe je dan?
Ik deelde mijn verhaal en kwam er achter dat de angst erger is dan de kwaal.
Maar ik voelde me toch onzeker, en er bleef van alles door mijn hoofd spelen.
Toen ik herkende hoe het werkt, zorgde ik dat mijn aura zich zou sluiten,
door middel van de schumann resonantie oefening.
Toen heb ik het huis gerookt met palo santo (heilig hout). Sommige gebruiken hier salie voor.
Dit om negatieve energieën te verwijderen.
En ik heb wat dingen uitgesproken om mijn actieve stresshormonen te verwijderen.
Verder heb ik nu ondersteuning door middel van kleuren therapie.
Korreltjes die ik bij me draag.
En vraag me niet hoe het werkt, maar sindsdien voel ik me weer in orde.
Ik ben er weer doorheen.
Oude dingen die even terug komen, om je te laten herinneren.
Dankjewel voor deze ervaring.
Ik weet het weer.
#
8 november:
Sta je er wel eens bij stil?
Sta je er wel eens bij stil, hoe vaak je de dingen onbewust doet?
“Op de automatische piloot,” om het zo maar te zeggen.
Het hele ochtendritueel gaat als vanzelf.
Je doet het ook op precies dezelfde manier en op dezelfde volgorde. Zonder er bij na te denken.
En juist daardoor gaat er van alles door je gedachten.
Je denkt aan wat je die dag gaat doen. Je denkt aan wat is gebeurd.
Je denkt aan van alles, behalve aan hetgeen je aan het doen bent.
Het viel me ineens op.
Zo gaat het ook met auto rijden. Als je aan het lessen bent, moet je je heel goed concentreren, want je moet veel te veel dingen tegelijk leren. Wanneer je het onder de knie hebt,
gaat het bijna als vanzelf. Je let wel op, maar het rijden gaat bijna automatisch.
Ik merk wel, dat als ik aan het autorijden ben, en iemand zit naast me te praten,
dat ik het niet in me op kan nemen, wanneer ik op moet letten in bepaalde situaties.
Alsof dat in een ander plekje in mijn hersenen terecht komt, dat zich even sluit
om op het verkeer te kunnen letten. Alsof je even het knopje omdraait.
Heb jij dat ook?
Sommige mensen kunnen veel dingen tegelijk uitvoeren, maar ik denk dat wanneer je je op één ding concentreert, het toch beter gaat.
Zo heb je tegenwoordig veel kinderen, maar ook volwassenen die moeite hebben
zich te concentreren. Of beter gezegd, die snel afgeleid zijn.
Ze krijgen dan een stempel of etiket opgeplakt met een aantal lettertjes.
Alsof het een onvolkomenheid zou zijn, maar is dat wel zo?
Het kan net zo goed een kwaliteit zijn.
Deze mensen zijn veel bewuster bezig. Die doen de dingen niet ‘op de automatische piloot’.
Die richten alle aandacht, op waar ze mee bezig zijn, en doen de dingen ook heel precies.
We zeggen wel eens: “Goei werk heeft tijd nodig.” Wat is daar nou mis mee?
Je hoeft toch niet alles tegelijk te doen.
Misschien is de wereld wel veel te hectisch geworden, en als we daar in meegroeien
wordt alles automatisme. Dan zijn we niet meer bewust bezig met wat we doen.
Dan worden we constant afgeleid door hersenspinsels,
en ontgaat ons veel informatie die belangrijk kan zijn.
Dan leven we niet, maar worden we geleefd.
Dan reageren we bijna automatisch op dingen buiten ons, en daar speelt de media en de reclame handig op in. Die laten ons denken wat we moeten denken en consumeren wat zij willen,
en wat ze voor ons gemanipuleerd hebben.
Ik heb nou veel tijd, nou ik niet meer ‘moet’, dus ook meer tijd om na te denken.
Het voelt alsof ik nu uit die hectiek ben gestapt en het van een afstandje kan bekijken.
Alsof ik niet meer in de tredmolen meeloop, maar er langs sta.
En dan ga je de dingen heel anders waarnemen en kun je soms achter het verhaal kijken.
Waar ik inmiddels achter ben, is dat de wereld helemaal andersom is, als dat we geleerd hebben. Niets is wat het lijkt, en dat is soms heftig om te beseffen.
Ik heb er zo’n twintig jaar over gedaan, om al die informatie te verzamelen en in me op te nemen, om er achter te komen wat ik nu weet.
Voor mensen die nog steeds in ‘het oude denken’ zitten zal het een schok zijn,
wanneer de waarheid bekend gemaakt zal worden,
over hoe de wereld daadwerkelijk in elkaar zit. En, dat zit eraan te komen.
En dan zal ik ook nog vele nieuwe dingen te horen krijgen,
want ik weet misschien ook nog maar nét het topje van de ijsberg.
“Hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je zo weinig weet.”
Weet je nog?
#
1 januari 2024
Een mooie dag om deze website online te zetten.
In het NU leven:
Het nieuwe jaar is weer begonnen.
het oude achter je laten en het nieuwe omarmen.
Gaat dat lukken? we zullen het gaan zien.
Herinneringen blijven toch in je gedachten komen en ook denk je aan morgen.
In het NU leven is nog niet zo eenvoudig.
Je moet toch je boodschappen halen en soms moet je afspraken maken.
Maar een afspraak maken kun je ook in het NU doen, en boodschappen kun je ook in het NU halen.
Ja, eigenlijk valt het wel mee om in het NU te leven. Je moet er gewoon NU met je aandacht bij zijn en beseffen dat het altijd NU is.
MAAR...
af en toe moet je toch tijd besteden om je verleden te verwerken. Je gedachten zijn dan terug in de tijd en soms kan je uren zitten malen.
Ook dat hoort erbij. Je hersenen kraken en je krijgt er het bijbehorende gevoel bij.
Op dat moment "leef" je in het verleden. Je moet het een "plekkie" geven.
Soms moet je dingen als het ware "herbeleven" en dat kan zwaar zijn.
Je moet het gevoel "doorleven" niet wegduwen maar er gewoon laten zijn.
Iedere keer als je zo'n periode achter de rug hebt kom je weer in het NU en ben je toch weer een stukje verder in het verwerken en kun je er anders tegenaan kijken.
Langzaamaan en stukje bij beetje wordt het voor je gevoel minder heftig, al blijven de feiten hetzelfde. Je bent dan zelf veranderd. Je kan er beter mee omgaan.
Je kijkt er anders tegenaan. Je bent dan sterker geworden.
Ik denk dat dit zo vaak gebeurt totdat alles verwerkt is.
Dan wordt het een herinnering zonder pijn.
#