Herinnering
Er zijn vele manieren om een herinnering te koesteren.
Ik denk dat een van de meest voorkomende wel een foto in een lijstje is.
Of een sieraad dat je draagt. Eigenlijk kan het van alles zijn.
Mijn moeder had vroeger toen ze als jong volwassene uit huis ging een korstje brood
mee gekregen. Dat zou een soort van traditie zijn.
Het korstje was gedroogd, niet beschimmeld en ze had het in een oud sigarenkistje bewaard,
tot haar dood. Ook bewaarde ze een leeg flesje eau de cologne, 4711,
omdat ze die ooit van mijn vader had gekregen, weliswaar vol, uiteraard.
Een aandenken noemde ze dat dan. Een klein dingetje kan heel belangrijk voor je worden. Bijvoorbeeld een notitieblaadje waar iets moois op geschreven staat.
Iets wat iemand voor je gemaakt heeft, kun je ook maar moeilijk wegdoen,
als het zijn tijd heeft gehad.
Toen onze hond Rocky was overleden, waren we heel verdrietig.
Het was ons kindje, en dat doet zeer.
Er hing al een grote foto van hem, maar er kwamen er steeds meer bij.
Op een gegeven moment hingen er overal foto's van Rocky, en aan Peters kant van het bed
hing heel de muur vol, met foto’s van Rocky. Ik vond dat niet fijn.
Een foto als herinnering is mooi, dan denk je er aan,
maar als alles vol hangt met foto’s, dan kun je er bijna niet meer niet aan denken.
Dan word je er constant aan herinnerd, dat ie er niet meer is.
Dan kan het verdriet ook niet slijten.
Een woord of een beeld kan soms ineens een herinnering oproepen.
Iets dat je al lang ‘vergeten’ was. Je beleeft het dan in gedachten weer helemaal opnieuw.
Heb jij dat ook wel eens? Er wordt iets verteld over vroeger, en ineens is het er weer.
Je had er nooit meer aan gedacht, maar het komt weer helemaal terug.
Zelfs sommige details zie je weer voor je, en zo kun je oude herinneringen ophalen.
Nou lees ik de laatste tijd vaak, dat het de bedoeling is, dat we ons weer gaan herinneren,
wie we werkelijk zijn. Niet de persoon met die naam, met dat beroep, met die functie,
met die huidskleur, met die nationaliteit, met die kwaliteiten.
Nee, degene die we werkelijk zijn.
We zijn niet ons lichaam. We hèbben een lichaam.
Dat lichaam hebben we om hier op aarde ons te kunnen uitdrukken en om te ervaren,
maar we zijn het niet. Wie zijn we dat wel?
We zijn een spiritueel wezen, een Godsvonk, en we bewonen een lichaam.
En God oftewel de Bron, of hoe je het ook noemt, wil zich ervaren, en doet dat via ons.
Nou, herinner je dat maar eens.
Mij is het nog niet gelukt.
Maar misschien… dat als je een keer iets ziet of hoort,
dat dan ineens die herinnering weer boven komt. Je had er nooit meer aan gedacht,
maar het komt weer helemaal terug.
Zelfs sommige details zie je weer voor je.
Wie weet.
#