Valse bescheidenheid
Herken jij het ook, die ongeschreven regels van correct gedrag?
Een soort van gedragsregels waar je je aan moet voldoen, omdat het zo hoort.
Er zijn culturen die dat heel erg hebben.
Je moet vriendelijk overkomen en behulpzaam, of je het kan of niet.
Zo waren we eens in de tuin aan het klussen en iemand in de naaste omgeving
uit een andere cultuur zei: “Als ik moet komen helpen, dan zeg het maar, hè.
Mijn man zei: “O, dat is fijn.” Hij kon die hulp wel gebruiken, maar toen had ie geen tijd.
Wat dat betreft zijn Nederlanders meer recht voor zijn raap.
Als je niet kan of wil helpen, biedt het dan ook niet aan. Dat is voor iedereen duidelijker.
Als je het alleen maar aanbiedt om aardig gevonden te worden, dan is dat ook maar schijn.
Zo zijn er ook culturen waar je geen nee mag zeggen.
Dit is dan om respectvol te blijven of beleeft. Die mensen zeggen overal ja op, maar doen niet ja. Nou, dat is helemaal verwarrend. Hoe kun je daar nou iets mee afspreken.
En is ‘nee’ dan onbeleefd? Ik vind van niet.
“Nee is ook een antwoord” wordt wel eens gezegd. “Alleen maar duidelijk,” vind ik.
Zo heb je ook valse bescheidenheid. Ons moeder had daar een handje van.
Als ze bij ons bleef eten en we zeiden: “schep maar op, mam”, dan zei ze geheid:
“nee, jullie eerst.”
En als er nog een restje in de pan zat, en je vroeg of ze nog wat wilde, zei ze altijd:
”nee, jullie.”
Ik kende haar goed genoeg om te weten dat ze nog wat wilde, en als je het op haar bord schepte, dan at ze het altijd smakelijk op. Ze hield van lekker eten.
Een uitspraak van haar was: “Daar mogen ze me ’s nachts voor wakker maken.”
Zo ging ze in het bejaardentehuis mosselen eten. Dat was haar lievelingskostje.
Dan kregen ze met zijn tweeën een pannetje mosselen die ze dan verdeelden.
Zij en haar buurvrouw hadden allebei al een keer opgeschept en gegeten.
Er zaten er nog in het pannetje, en haar buurvrouw vroeg of ons moeder er nog wilde.
“Nee, jij”,
was het stellige antwoord van ons moeder.
Nou, dat hoefde ze maar een keer te zeggen, dus nam zij de rest van de mosselen.
Helemaal verbouwereerd van de brutaliteit van die buurvrouw, om alle mosselen te nemen.
Hoe hebberig ze was. Zij had ze ook nog wel gelust.
Nee, daar ging ze niet meer mee eten.
We zeiden: “Je hebt het toch zelf gezegd”,
maar ons moeder verwachtte dat de ander óók zo beleefd zou zijn, om het haar aan te dringen. Niet dus. Die was gewoon zichzelf, en genoot van de mosselen die ons moeder haar aandrong.
Dat vind ik nou valse bescheidenheid.
Ons moeder had, toen haar buurvrouw haar vroeg of ze er nog wilde, ook kunnen zeggen:
“Ja, lekker, zullen we ze verdelen?”
Dan was het beter afgelopen, en hadden ze de volgende keer weer
samen mosselen kunnen gaan eten.
Je neemt veel van je ouders aan, of over, maar zo iets écht niet.
Bij dat soort taferelen kneep ik soms mijn tenen bij elkaar.
Ik zei dan: “Mam, doe niet zo, doe gewoon zoals je bent,” maar zij dacht dat ze zo was.
Het ene zeggen en het andere bedoelen, niet iedereen begrijpt die hints.
Zo waren er twee mannen die samen gingen eten.
Ik noem ze maar even Jan en Piet.
Er lagen twee kippenbouten in de pan, een grote en een kleintje.
Jan zegt tegen Piet: “neem jij maar eerst, en Piet neemt de grote kippenbout.
Dan zegt Jan: “Dat is eigenlijk onbeleefd, om die grote te nemen.
Piet zegt: “O, ja, wat had jij dan gedaan?”
“Nou,” zei Jan “ik zou die kleine hebben genomen.”
“Dan is het toch goed, die heb je nou toch” zei Piet.
Dus, als je hebberig bent, doe je zogenaamd bescheiden door de ander eerst te laten kiezen.
Maar deze keer viel het anders uit.
#